Ingarden en de fenomenologie van de lezer
Publication date
2005
Authors
Stralen, J.J.M. van
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Preprint
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Hoewel de fenomenoloog Roman Ingarden (1893-1970) talrijke originele ideeën over esthetische kwesties heeft ontvouwd, bleef hij in West-Europa lange tijd nagenoeg onbekend. Pas na 1945 wordt zijn theorie uitgewerkt door onder andere Staiger, Kayser, Dufrenne, Stanzel, Hamburger, Strelka en Wellek. In de jaren zeventig actualiseerde men in de receptie-esthetica Ingardens concept van de ‘concretisatie’ van het literaire werk. Dit invullen van ‘open plekken’ door de lezer – zoals door Ingarden omschreven – vormde een belangrijke aanzet tot de ontwikkeling van deze literair-wetenschappelijke methode. Volgens Ingarden bestaan er evenwel vooraf gegeven esthetische kwaliteiten, wat op essentialistisch denken wijst. Door het a priori-karakter daarvan te ontkennen kwam de receptie-esthetica tot ontwikkeling. Terwijl we ons volgens Ingarden op deze kwaliteiten als het meest essentiële onderdeel van het literaire werk moeten richten, legden receptie-esthetici als Jauß het accent op de concrete dynamiek die zich in de (historische) interactie tussen tekst en lezer voltrekt. Het literaire werk is voor Ingarden en de receptie-esthetici dus respec-tievelijk de bestemming en de bron van wetenschappelijke reflectie. Ingarden wenste vanuit de fenomenologie een analyse van het literaire werk op zich te geven en hij verzette zich daarbij tegen de psychologisten die de tekst als het produkt van auteurs- en lezersactiviteiten beschouwden.