'Eene sterke kabbeling veroorzaakende' : Utrecht en de eerste stoomvaart op de Nederlandse binnenwateren
Publication date
1998
Authors
Hart, P.D. 't
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Direct nadat er in 1815 een eind gekomen was aan de macht van keizer Napoleon, meldden zich ondernemende lieden bij Koning Willem I die het monopolie vroegen voor de stoomvaart op de Nederlandse binnenwateren.
In Utrecht kwam zo'n verzoek in 1818 en 1823 op de agenda van het gemeentebestuur. Toen vroeg de Gouverneur van de provincie advies over plannen om een stoomvaartdienst langs de stad te beginnen. Utrecht was tegen, net als Amsterdam en Rotterdam waar de gemeentebesturen ook grote bezwaren hadden tegen stoomvaart. De grote steden wilden garanties voor de veiligheid. Zij vreesden dat de komst van de nieuwe techniek veel mensen brodeloos zou maken en dus verstrekkende financiële gevolgen zou hebben. Hun verzet was dus weloverwogen en getuigt van verantwoordelijkheidsbesef.
Maar Den Haag besliste op grond van het nationale belang
Keywords
Scheepvaart, Stoomwezen, Negentiende eeuw