Gisbertus Voetius, gereformeerd scholasticus

Publication date

2001

Authors

Asselt, W.J. van

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Part of book or chapter of book
Open Access logo

License

Abstract

Toen Gisbertus Voetius in 1634 op vijfenveertigjarige leeftijd als predikant van Heusden de aanstelling tot hoogleraar in Utrecht ontving, beschreef hij deze benoeming in een terugblik op zijn loopbaan als een "inexspectata & subita ad scholasticam functionem vocatio". Voetius heeft meer dan een halve eeuw een niet geringe invloed uitgeoefend op de theologische wetenschap en op het kerkelijk leven in de Republiek. Niet voor niets werd de Utrechtse universiteit door vriend en vijand bestempeld als de 'Academia Voetiana', terwijl de Leidse hoogleraar Abrabam Heydanus Voetius aanduidde als "ho deina, qui a pede nomen habet et ubique se ut caput gerit". Zoveel is echter zeker dat Voetius' aanstelling en werkzaamheid de grondslag hebben gelegd voor de bloei van de Utrechtse academie, die naast de Leidse en Friese ontstond. Hij heeft diep zijn stempel gedrukt, niet alleen op de theologische faculteit, maar op de gehele Utrechtse academie. Dat gebeurde op het moment dat hij het theologisch en algemeen geestelijk klimaat mee had. Maar reeds tijdens zijn leven en zeker ook daarna keerde het getij. De ontwikkelingen op theologisch en filosofisch gebied waarvan Voetius terecht de ondermijning van de gereformeerde orthodoxie vreesde, kregen ook aan de Utrechtse academie hun kans en schiepen omstandigheden die niet gunstig waren voor een bredere doorwerking van zijn levenswerk.

Keywords

Citation