Beyond energy efficiency : actors, networks and government intervention in the development of industrial process technologies
Publication date
2001-09-13
Authors
Luiten, Esther Elisabeth Maria
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Dissertation
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het proefschrift geeft vier gedetailleerde verhalen over de ontwikkelingsgeschiedenis van industriële procestechnologieën voor de papierindustrie en de staalindustrie: de schoenpers, impulstechnologie, strip-casting technologie en smeltreductie technologie. Deze 4 technologieën staan bekend als doorbraaktechnologieën die het energieverbruik per ton papier of staal beloven te verminderen. De overheid is geïnteresseerd in de ontwikkeling van dit soort technologieën omdat ze op de lange termijn het energieverbruik per ton kunnen reduceren (zodat ook in de toekomst de CO2-emissies van de zware industrie verder om laag kunnen). De vier ontwikkelingsgeschiedenissen worden vergeleken om af te sluiten met suggesties voor de overheid om de ontwikkeling van industriële procestechnologieën te stimuleren.
Het proefschrift laat zien dat sturing van energie-efficiënte procestechnologieën lastig is voor de overheid. Technologieontwikkeling voor de zware industrie gaat traag en de stappen die genomen worden zijn klein. Het bouwt sterk voort op het bestaande productieproces. Wanneer de stap van een innovatieve technologie ten opzichte van het bestaande proces te groot is begint men er simpelweg niet aan. Aan de andere kant moet de verbetering van de kosten per ton product wel groot genoeg zijn om de langdurige en dure ontwikkelingtrajecten te verantwoorden. De verbeteringen in energie-efficiëntie liften mee op de ontwikkeling; de procestechnologieën worden ontwikkeld omdat ze de productiecapaciteit van het bestaande proces vergroten of de productkwaliteit verbeteren.
Ook al is stimuleren lastig, het is niet onmogelijk. Voor effectieve stimulering is beleid op maat nodig. Het veld van doorbraaktechnologieën voor de industrie is te divers om generiek beleid te voeren. De kans op free-riders is te groot. De overheid moet geïnformeerd zijn over het vertrouwen dat de industrie heeft in een nieuwe procestechnologie. Wanneer het vertrouwen erg laag is of juist erg hoog, dan heeft interventie geen additioneel effect. Overheidsinterventie zou meer succes hebben wanneer de overheid op de hoogte is van de netwerken, de kennis en ervaring van betrokken actoren die de technologie ontwikkelen. Daarnaast moet een overheid oog hebben voor wat de innovatieve technologie met het produktieproces doet. Stimuleren van technologieontwikkeling begint dus niet alleen bij kennis over de doorbraaktechnologie - en dan niet alleen investeringskosten en energiebesparingskosten, maar ook andere voordelen en inpassingskenmerken -, maar juist ook bij kennis over (internationaal actieve) actoren. Inzicht in het internationale technologienetwerk vergroot de kans op succesvolle overheidsinterventie.
Keywords
Research and development, R&D, energy efficiency, industry, process technology, government intervention, greenhouse gas emissions