Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context
Publication date
2010
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorweten-schap, dat in Nederland is geïmplementeerd in art. 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraag-stukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.
Keywords
Citation
Lindeman, J M W 2010, 'Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context', Nederlands Tijdschrift voor Europees recht, vol. 2010, no. 6, pp. 200-206. < http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/tijdschrifteuropeesrecht/2010/6 >