Wetenschap en Politiek: een dialoog tussen doven?

Publication date

2005

Authors

Boekestijn, A.J.

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Lecture
Open Access logo

License

(c)UU Universiteit Utrecht, 2005

Abstract

(Enige overpeinzingen n.a.v. de Grote Stedenlezing normhandhaving in buurten en wijken, burgemeester Deetman 12 mei 2005) Politiek en wetenschap vormen een ongemakkelijk huwelijk. De verwachtingen over en weer zijn zo tegengesteld dat de teleurstelling als het ware ingebakken zit. De ellende begon al in de Oudheid. Volgens Plato moest de staat geleid worden door wijze mannen en daar veelt voor te zeggen. Democratie kent echter zo zijn eigen dynamiek. Niet zo vreselijk wijze mannen grepen hun kans en wisten met demagogische argumenten het volk naar hun hand te zetten. Wijze mannen betaalden de rekening. Socrates, de leraar van Plato, moest het zelfs met de dood bekopen. De Verlichting maakte de relatie wetenschap en politiek alleen nog maar lastiger. Weliswaar werden steeds meer staatsmannen en denkers bevangen door de maakbaarheidsideologie en koesterde daardoor dezelfde verwachtingen toch bleef ook nu weer de deceptie niet uit. Er was namelijk iets fundamenteel mis met de nieuwe consensus dat wetenschap op den duur alle problemen van de maatschappij zou kunnen oplossen. In de eerste plaats bleek de sociale wetenschap helemaal niet goed uit de voeten te kunnen met de natuurwetenschappelijke methode. Als men het weer al niet goed kan voorspellen dan kan men het met sociaal gedrag helemaal wel vergeten. Menselijk gedrag is eenvoudigweg zo complex en onvoldoende generaliseerbaar dat voorspelling en daarmee beheersing uit het zicht verdwijnt. En als wetenschappers toch sociale wetten op het spoor kwamen dan had dit weer gevolgen voor het menselijk gedrag waardoor men in zekere zin weer opnieuw kon beginnen. En dan was er nog een lastig probleem. Naast het onvermogen van wetenschappers om veel generaliseerbare kennis over menselijk gedrag te ontwikkelen begonnen zij ook in te zien dat zij geen bijdrage konden leveren aan de moraal. De stap van Sein naar Sollen kon eenvoudigweg niet worden gemaakt. Soms konden wetenschappers iets zeggen over de gevolgen van het nastreven van bepaalde beleidsdoelen maar dat stelde hen niet in staat om te oordelen over de juistheid van die doelen. Instrumentele rationaliteit slaat niet alleen geen acht op belangrijke ethische waarden maar kan die ook in gevaar brengen. In 2001 werden honderdduizenden dieren niet ingeënt maar afgemaakt om een epidemische dierziekte te bestrijden, die met toepassing van de gangbare veterinaire kennis nooit had hoeven uitbreken. De instrumentele rationaliteit is echter geen maatstaf om het schenden van waarheden te beoordelen. Als voorbeeld noemt Max Weber , het Boedhisme. Deze leer verwerpt volgens Weber elke vorm van doelrationeel handelen (denken in termen van doelen en middelen) omdat het maar afleidt van de verlossing van het lijden. Niet veel mensen zullen deze redenering accepteren. Toch kunnen wij deze redenering met behulp van de wetenschap niet weerleggen zoals wij dat wel kunnen doen als iemand een rekenfout maakt of een verkeerde medische diagnose stelt.

Keywords

Culturele activiteiten, Literary theory, analysis and criticism, Overig maatschappelijk onderzoek, Specialized histories (international relations, law)

Citation