De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties
Publication date
2019-10
Editors
Advisors
Supervisors
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in de Urgendazaak bevestigt de ontwikkelingen in de nationale rechtspraak met betrekking tot de toepassing en interpretatie van het internationale recht. De Nederlandse rechter speelt hierin een actieve dubbelrol, namelijk als handhaver van de verplichtingen van de Staat en als internationale rechter: hij brengt de rechtsopvattingen in het nationale recht op één lijn met de verplichtingen van de Staat en ontwikkelingen in het internationale recht. Naar aanleiding van de Urgenda-zaak wordt niet alleen de dialoog gevoerd over de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten – al dan niet bezien vanuit het internationale recht –, maar ook over de betekenis van het internationale klimaatrecht en de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden. De concrete invulling van het EVRM aan de hand van internationale rechtspraak leidt de Staat naar zijn verplichting van de positieve bescherming van mensenrechten en de belangen van burgers. Een rechtstreeks werkende internationale norm heeft de rechter hierbij nog niet geformuleerd. De mogelijkheden die deze ontwikkeling biedt voor algemeenbelangacties op andere gebieden moet door toekomstige (inter)nationale rechtspraak worden uitgewezen.
Keywords
Urgenda, klimaat, internationaal recht, 34 EVRM, 2 EVRM, 8 EVRM, handhaving, rechter
Citation
Kuiper, A 2019, 'De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties', Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, vol. 2019, no. 3, 4, pp. 101-107. https://doi.org/10.5553/TVP/138820662019022003004