20 jaar collectieve actie in het Nederlands BW: Enkele praktische opmerkingen over art. 3:305a BW en de bevoegdheden van een 305a-organisatie
Publication date
2014-04-23
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
In de 20 jaar na invoering houdt art. 3:305a BW als bevoegdheidsgrondslag voor een collectieve actie vele juristen en belangengroeperingen bezig. In dit artikel wordt de lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad beschreven. De Hoge Raad geeft de collectieve ruim baan. Dit om de doelstelling van de collectieve actie te realiseren: in het belang van effectieve en efficiënte rechtsbescherming dienen vergelijkbare individuele vorderingen op een geaggregeerd niveau te kunnen worden afgewikkeld. Daarna plaatsen de auteurs enkele opmerkingen bij de grenzen van de bevoegdheid van een 305a-organisatie om ten behoeve van haar achterban op te treden. Die grens ligt in een procedure bij het verbod om schadevergoeding in geld te vorderen. Buiten rechte zijn de grenzen diffuser. Uit het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2014 in de zaak VEB/Deloitte c.s. volgt dat een 305a-organisatie in ieder geval buitenrechtelijk de vorderingen van haar achterban kan stuiten. De auteurs betogen dat buitengerechtelijke handelingen door een 305a-organisatie kunnen worden verricht mits deze strekken tot bewaring van de rechtspositie van de individuele leden van de achterban. De auteurs bespreken daarna de vraag of een 305a-organisatie bevoegd is conservatoir beslag te leggen ten behoeve van deze achterban. Tot slot komt de vraag aan de orde of een 305a-organisatie krachtens art. 3:305a BW als verzoeker kan optreden in een enquêteprocedure. De auteurs sluiten af met enkele algemene opmerkingen, onder andere over de motie-Dijksma waarin het kabinet wordt opgeroepen een collectieve schadevergoedingsvordering in geld in te voeren.
Keywords
Citation
Arons, T M C & Koster, G 2014, '20 jaar collectieve actie in het Nederlands BW : Enkele praktische opmerkingen over art. 3:305a BW en de bevoegdheden van een 305a-organisatie', Ondernemingsrecht, vol. 2014, no. 7, 68, pp. 333-341.