TBS en stoornis: Enkele overwegingen voor de wetgever
Publication date
2019-04-26
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
Als verdachten weigeren mee te werken aan het onderzoek pro Justitia kunnen gedragsdeskundigen soms geen stoornis vaststellen, hetgeen aan tbs-oplegging in de weg kan staan. Dit acht de Minister voor Rechtsbescherming onwenselijk en hij wil in de wet expliciteren dat voor tbs-oplegging een juridisch stoornis concept geldt, dat ruimer is dan het medisch stoornisbegrip. Dat wil zeggen dat voor de vaststelling van een psychische stoornis geen medische diagnose zou zijn vereist. In dit artikel wordt ingegaan op enkele knelpunten die door de aangekondigde wetswijziging kunnen ontstaan. Deze hebben betrekking op artikel 5 lid 1 onder e EVRM, de verdedigingspositie van verdachten en de consistentie tussen oplegging en tenuitvoerlegging van de tbs. Vanwege deze knelpunten zouden volgens de auteurs ook andere voorstellen moeten worden onderzocht om de samenleving te beschermen tegen gevaarlijke personen van wie geen psychische stoornis kan worden vastgesteld door de gedragsdeskundige.
Keywords
TBS, stoornis
Citation
Ligthart, S, Kooijmans, T & Meynen, G 2019, 'TBS en stoornis : Enkele overwegingen voor de wetgever', Nederlands juristenblad, vol. 2019, no. 16, 837, pp. 1148-1153.