Evenredigheidsperikelen op grond van de Wet Bibob. (Almelo)
Publication date
2024-11-18
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
/dk/atira/pure/researchoutput/researchoutputtypes/contributiontojournal/case_note
Metadata
Show full item recordCollections
License
taverne
Abstract
Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester redelijkerwijs een zwaarder gewicht kon toekennen aan het belang van de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid dan aan de financiële belangen van appellante. Hoewel de financiële gevolgen van de intrekking voor appellante aanzienlijk kunnen zijn, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de burgemeester, gelet op de ernst van het gevaar en de kwetsbaarheid van de horecabranche kon besluiten de vergunningen in te trekken. Bovendien heeft appellante niet met stukken onderbouwd welke financiële gevolgen zij door de intrekking heeft ondervonden. De stelling van appellante dat zich geen incidenten gedurende haar exploitatie van horecabedrijf hebben voorgedaan kon de burgemeester, gelet op het vastgestelde ernstig gevaar, onvoldoende achten. Verder heeft de burgemeester, anders dan appellante betoogt, met intrekking van de vergunning niet beoogd ‘persoon’ de toegang tot horecabedrijf te ontzeggen. Intrekking van de vergunningen heeft als doel te voorkomen dat de vergunningen mede worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Keywords
Citation
van der Vorm, B 2024, 'Evenredigheidsperikelen op grond van de Wet Bibob. (Almelo)', De Gemeentestem, vol. 7579, pp. 79.