De 403-vordering. Mogelijkheden binnen de hoofdelijkheid?

Publication date

2015-10-01

Authors

van Dooren, EtzelISNI 0000000492853018

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Article
Open Access logo

License

unspecified

Abstract

In deze bijdrage wordt het groepsregime en de duiding van een vordering op grond van een 403-verklaring onderzocht. In 2002 oordeelde de Hoge Raad in het Akzo/ING -arrest dat de aansprakelijkheid uit een 403-verklaring niet op één lijn te stellen is met borgtocht. Het betreft een eenzijdige verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid, op grond waarvan een crediteur een onafhankelijke vordering heeft op de moedermaatschappij. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid bevestigt de Hoge Raad in zijn Inalfa - arrest van 3 april 2015. Drie varianten binnen de hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring worden onderzocht: directe hoofdelijkheid, nevenrecht en de dynamische 403-vordering. De lijn van de Hoge Raad, waarbij streng wordt vastgehouden aan art. 6:7 BW, duid ik aan als de directe hoofdelijkheid. Het nevenrecht houdt in dat bij een overgang van het hoofdrecht (de vordering op de 403-maatschappij) ook het nevenrecht (de 403-vordering op de moedermaatschappij) mee overgaat. Ten slotte betekent de dynamische 403-vordering dat de vorderingen op de moeder- en 403-maatschappij altijd tot hetzelfde vermogen behoren. Bij een overgang of het tenietgaan van de vordering op de 403-maatschappij zal de 403-vordering jegens de moedermaatschappij mee overgaan of verdwijnen. Voor iedere variant wordt bekeken wat de gevolgen zijn ten aanzien van cessie en verpanding van de vorderingen jegens de moeder- en 403-maatschappij. Evenals de vraag of de moedermaatschappij een beroep kan doen op de omstandigheid dat aan de 403-maatschappij uitstel van betaling is verleend, laatstgenoemde haar nakoming opschort of haar schuld is verjaard. Na uiteenzetting van de gevolgen voor iedere variant concludeer ik dat de dynamische 403-vordering het beste past binnen het groepsregime.

Keywords

Citation

van Dooren, E 2015, 'De 403-vordering. Mogelijkheden binnen de hoofdelijkheid?', Ondernemingsrecht, vol. 2015, no. 10/11, 72, pp. 380-386.