Het kind van de rekening. Ethische kanttekeningen bij het gebruik van humaan foetaal materiaal na een abortus provocatus
Publication date
1994
Authors
Boer, Th.A.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Conference lecture
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het gebruik van humaan foetaal materiaal t.b.v. implantatie bij onder meer lijders aan de ziekte van
Parkinson is sinds enige jaren een belangrijke ethische "casus". Casus in die zin dat het gebruik van
hersencellen van een ongeboren vrucht maar één voorbeeld is van meerdere denkbare therapeutische
toepassingen. Op dit ogenblik kunnen we nog onvoldoende inschatten wat de resultaten op de lange
duur zijn, maar dat er verfijningen zijn aan te brengen in de technieken en de behandelmethoden die
de kansen op een verbetering van de resultaten enigszins of aanmerkelijk vergroten, lijkt vrij
waarschijnlijk. Op deze medische kansen zullen we echter in deze ethische beschouwing niet ingaan.
Evenmin zullen we ingaan op de vraag naar alternatieve behandelmethoden, waarvan de meest
recente die mij ter ore kwam bestond uit het "doorkweken" van embryonale cellen uit de preembryonale
fase tot dopamine-producerende cellen. Hoeveel alternatieven er voor de behandeling
van de ziekte van Parkinson misschien ook worden gevonden, er zullen naar verwachting altijd
doelen zijn, en nieuwe bijkomen, die met het gebruik van embryonaal weefsel of organen kunnen
worden bereikt. Dat maakt dat de ethische vraagstelling van deze lezing relevantie heeft boven de
context van de behandeling van Parkinson-patiënten uit.
Een tweede afperking zal zijn dat wij ons maar zijdelings zullen bezighouden met de vraag
naar het gebruik van weefsel of organen van anencefalen of vruchten na een spontane abortus. De
hoofdreden hiervoor is dat dit slechts bij hoge uitzondering mogelijk is. Aan het eind van deze
beschouwing zullen we er nog kort op terugkomen.