Coccejus anti-scholasticus? Johannes Coccejus (1603-1669) en de scholastieke traditie

Publication date

2001

Authors

Asselt, W.J. van

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Article
Open Access logo

License

Abstract

Hoewel in de secundaire literatuur de suggestie gewekt wordt dat het geschil over de foederaaltheologie in de zeventiende eeuw een debat is geweest tussen een bijbelse, heilshistorische theologie en een scholastieke theologie die beheerst werd door predestinatie-denken, moeten we allereerst vaststellen dat de scholastieke methode ook door foederaaltheologen als Coccejus werd gehanteerd. De tegenstelling die meestal gemaakt wordt tussen scholastiek en foederaaltheologie geeft daarom een onjuiste voorstelling van zaken. De kwalificatie 'scholastiek' heeft betrekking op het gebruik van een bepaalde methode, terwijl de kwalificatie 'heilshistorisch' verwijst naar een inhoudelijk thema dat binnen een bepaalde theologie centraal staat. Alle pogingen om in dit verband een tegenstelling te scheppen tussen Coccejus' opvattingen en die van zijn gereformeerde tijdgenoten moeten worden afgewezen. De vergelijking met Voetius als de belangrijkste vertegenwoordiger van de zeventiende-eeuwse gereformeerde orthodoxie, heeft ons bovendien duidelijk gemaakt dat het op zijn minst eenzijdig is om Coccejus' theologie te kwalificeren als een specimen bij uitstek van een 'bijbelse' en daarom 'antischolastieke' theologie. Hem op dit punt scherp contrasteren met zijn orthodoxe tijdgenoten en hem een uitgesproken antischolasticus noemen is daarom, gemeten aan de nieuwe onderzoeksresultaten met betrekking tot de gereformeerde scholastiek, onjuist. Het eigenlijke conflict tussen Coccejus en de overige gereformeerde theologen van zijn tijd betrof meer zijn heilshistorische visie op de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament, alsmede de consequenties daarvan voor de christelijke ethiek, dan de fundamentele loci van de klassiek-gereformeerde dogmatiek. De strijd tussen voetianen en coccejanen over de rechtvaardigingsleer en de uitleg van het sabbatsgebod zijn daarvan de meest sprekende voorbeelden.

Keywords

Citation