De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten
Publication date
2014-01-31
Editors
Advisors
Supervisors
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit. HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136 HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135
Keywords
Europees burgerschap, Gezinsleven, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Citation
van Eijken, H 2014, 'De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten', Nederlands Tijdschrift voor Europees recht, vol. 2014, no. 10, pp. 319-324. https://doi.org/10.5553/NtER/138241202014020010001