Een Imam in Parijs
Publication date
2005
Authors
Boekestijn, A.J.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In 1798 arriveerde de moderniteit in de moslimwereld. Een Frans expeditieleger o.l.v. Napoleon veroverde in korte tijd Egypte. Een bonte schare van militairen, wetenschappers en Arabische tolken maakten zich meester van het land. Napoleon legde via zijn tolken aan de Egyptenaren uit dat hij was gekomen uit naam van de Franse Republiek die gegrondvest was op de principes van vrijheid en gelijkheid. De term broederschap schijnt op een of andere manier verloren te zijn gegaan in de Arabische vertaling.
De verwijzing naar gelijkheid ging er bij de moslims in als gesneden koek. Gelijkheid is een basisprincipe van de islam vanaf het prilste begin in de 7e eeuw. Op dit punt was de islam superieur aan het Indiase kastesysteem en de geprivilegieerde aristocratie van de christelijke wereld. Slaven, vrouwen en ongelovigen waren wel uitzonderingen op de islamitische gelijkheidsregel maar dat gold ook voor bijv. de Republiek van de VS in die dagen.
De verwijzing naar vrijheid was echter zeer problematisch omdat de moslimwereld een ander vrijheidsbegrip kent dan het Westen. De Babylonische spraakverwarring die hieruit volgde werd pas drie decennia later opgelost door de briljante Egyptische moslimgeleerde Sheikh Rifa’a Rafi’ al Tahtawi (1801-1873).
Mohammed Ali, de grote Egyptische leider, was zo onder de indruk van de Napoleontische daadkracht dat hij in 1826 besloot om het Westen te gaan bestuderen. In dat jaar stuurde hij 44 studenten naar Parijs en vroeg Tahtawi om hun spirituele welzijn te bewaken, voorwaar geen sinecure in het Parijs van die dagen. Na zijn vijfjarig verblijf publiceerde hij in 1834 een fascinerend boek dat in 2003 in het Engels is vertaald en verschenen is onder de titel An Imam in Paris, Saqi books, Londen. In dit boek legt hij het Westerse vrijheidsbegrip uit aan de moslimwereld.