Annotatie bij HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475

Publication date

2022

Authors

Oerlemans, J.J.ISNI 0000000499962567
Berlee, A.ORCID 0000-0002-3809-540XISNI 0000000395335462

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

/dk/atira/pure/researchoutput/researchoutputtypes/contributiontojournal/case_note
Open Access logo

License

cc_by_nc_sa

Abstract

In dit arrest bevestigt de Hoge Raad dat een machtiging van een rechter-commissaris is vereist voor het vorderen van verkeers- en locatiegegevens ook al staat dit niet in de wet. Voorheen was een bevel van officier van justitie voldoende. Ook stelt de Hoge Raad drie prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over het toepassingsbereik van Richtlijn 2002/58/EG, de definitie van ‘ernstige criminaliteit’, en de drempel voor het verstrekken van verkeers- en locatiegegevens voor opsporingsdoeleinden. In de annotatie gaan de auteurs in op de gevolgen van het arrest voor de strafrechtspraktijk en betogen zij dat het arrest bredere gelding moet krijgen.

Keywords

Verkeersgegevens, Prokuratuur

Citation

Oerlemans, J-J & Berlee, A 2022, 'Annotatie bij HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475', Computerrecht, vol. 2022, no. 5, 186, pp. 343-350.